‘Belangrijk is dat ik de link met Brussel behoud’ - De Standaard

Vanaf morgen is Thomas Vints (31) de jongste burgemeester van Limburg. De komende zes jaar leidt hij de nieuwe bestuurscoalitie van Beringen. VAN ONZE MEDEWERKER RUDI SMEETS

BERINGEN ‘Kom maar naar ACLI La Baracca. Daar kunnen we een lekkere cappuccino drinken’, stelt Thomas Vints (CD&V) voor. ACLI, dat staat voor Associazioni Cristiane Lavoratori Italiani, een vzw die diverse Italiaanse gemeenschapshuizen in Limburg beheert. De keuze van de gesprekslocatie is tekenend voor het inclusieve beleid dat de nieuwe burgemeester van Beringen wil voeren.

‘Onze stad telt meer dan zeventig nationaliteiten. Ik wil alle dorpen en hun inwoners verbinden en ontmoetingen stimuleren via wijkbudgetten’, preciseert hij. ‘De veiligste buurten zijn niet die waar de meeste camera's hangen, maar wel die waar iedereen elkaar kent. Verbinden impliceert ook een vlottere mobiliteit. We gaan het fileprobleem niet oplossen met nog meer beton voor de auto, maar wel met bijvoorbeeld een fietspad tussen het stadscentrum en Beverlo. De verbinding tussen B-mine (de vroegere mijnsite, red.) en de periferie kunnen we realiseren met randparkings en shuttleverkeer. Ook de verbinding tussen de vier kernen - Beringen-centrum, Koersel, Paal en Beverlo - moet beter.’

Kreeg u nog niet de opmerking dat u door uw leeftijd bestuurservaring mist?

‘Jawel, maar ik denk dat ik niet onbeslagen op het ijs kom. Na mijn studies Overheidsmanagement en -beleid aan de KU Leuven kon ik aan de slag als vakbondssecretaris voor het ACV in Brussel. Van 2014 tot 2016 was ik provinciaal secretaris voor CD&V Limburg. In 2012 werd ik verkozen als gemeenteraadslid in Beringen, drie jaar later werd ik schepen voor Welzijn en Educatie. Sinds 2013 ben ik stafmedewerker van partijvoorzitter Wouter Beke. Ik begon als communicatiemedewerker, daarna werd ik adviseur in Limburgse dossiers.’

‘Die adviserende rol blijf ik trouwens vervullen tot de verkiezingen. Los van mijn cv, vind ik leeftijd minder essentieel voor een burgemeester dan betrokkenheid, visie en gedrevenheid. Ik besef goed wat op mij afkomt. De combinatie met mijn gezin wordt niet evident. Onze dochtertjes Roos, Fien en Heleen zitten nog in de peuterfase, maar gelukkig steunt mijn familie me voor honderd procent. Ontspanning vind ik in het fietsen en zwemmen. Ik heb altijd en overal mijn zwemspullen bij me. Tussen twee vergaderingen door trek ik geregeld een aantal baantjes.’

Kreeg u het politieke virus van thuis mee?

‘Nee, maar mijn grootvader was geruime tijd burgemeester van Koersel, daarna achttien jaar gedeputeerde voor Welzijn. Als ik nu als vertegenwoordiger van de stad naar een gouden bruiloft ga, kom ik soms bij echtparen die door hem in de echt werden verbonden. Of dat een grote rol speelde in mijn engagement, weet ik niet. Mijn interesse werd vooral gewekt bij de scouts. Als groepsleider moest je een beleidsplan schrijven en maakte je automatisch deel uit van de stedelijke jeugdraad. Zo is het begonnen.’

In uw verkiezingscampagne stelde u onder meer dat Beringen zich moet durven meten met Hasselt en Genk.

‘Het is belangrijk dat ook Brussel weet waar Beringen ligt. Qua inwonersaantal zijn we de veertiende stad van Vlaanderen, maar we staan pas rond de 120ste plaats als het gaat over het verwerven van financiële middelen via het Gemeentefonds. Daarom moeten we extra subsidiestromen naar onze stad halen. Een mooi voorbeeld is Genk, een meester in het binnenhalen van bovenlokale projecten.’

‘Die vergelijking heeft niets te maken met competitie, maar met gezonde ambitie. Daarom vind ik het belangrijk dat ik de link met de nationale politiek in Brussel behoud. Voor een aantal dossiers kan dat nuttig zijn. Armoedebestrijding, bijvoorbeeld. In Beringen groeit een van de zeven kinderen op in een kansarm gezin. Dat is veel te veel.’

U verlaat Brussel om een lokaal mandaat op nemen. Vreest u geen verenging van uw blikveld?

‘Helemaal niet. In zijn boek If mayors ruled the world schrijft de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber dat lokale besturen heel wat mondiale problemen beter kunnen bekampen dan de natiestaten. Ik denk aan mobiliteit, veiligheid en klimaatopwarming. Dat betekent niet dat plaatselijke problemen ondergeschikt zijn. Ik wil van Beringen een bruisende stad maken, waar ook 's avonds wat te beleven valt. We zijn een van de snelst groeiende steden van Vlaanderen. Dat betekent dat er een groeiplatform is voor onder meer de horecasector. Vanuit dat oogpunt is het goed dat het stadhuis binnen twee jaar verhuist naar de site van het vroegere Sint-Jozefscollege, pal in het centrum.’

Uit De Standaard van 31 december 2018